Dromen over overledenen

Van kinds af aan is mijn opa aan vaderszijde mijn grote held. We begrijpen elkaar zonder woorden. Als we samen iets doen, zoals hazelnoten plukken, naar de brug lopen om naar het verkeer dat onder ons door raast te zwaaien of gaan fietsen en bijna vallen, omdat we tegelijkertijd op zijn kilometerteller kijken hoe de teller van 1000 naar 1001 springt, voelt dat speciaal. Als we beiden ouder worden verdwijnt het samen dingen doen, maar het naast elkaar zitten en woordloos van elkaars aanwezigheid genieten blijft.

Het horloge van opa JanEen paar dagen voor hij sterft pakt hij mijn hand en vraagt me of ik gelukkig ben. Vanaf dat moment weet ik dat hij niet lang meer heeft. Als hij sterft ben ik verdrietig. Mijn grote held is er niet meer en met hem de onvoorwaardelijke liefde. De kracht van onze woordloze verbinding verandert in spijt dat ik hem nooit hardop heb gezegd hoeveel ik van hem hou.

Dan droom ik dat mijn opa mijn kamer in loopt en naast me komt liggen. Hij houdt me vast en troost me zonder woorden: hij is er weer! Ik zeg hem dat ik van hem hou en spijt heb dat ik hem dat nooit heb gezegd. Ik voel dat hij dat altijd al geweten heeft. De spijt lost op. De onvoorwaardelijke liefde blijft. Lees verder “Dromen over overledenen”