De 12 heilige nachten

Na de kerstnacht volgen de ‘12 heilige nachten’, tussen Kerst en Driekoningen. Van oudsher staat deze tijd bekend als een periode waarin je je dromen beter kunt onthouden. Deze tijd werd vroeger, in de noordelijke landen van Europa, ook wel ‘de tijd tussen de jaren’ genoemd. Men rekende toen met de maan-maanden, die 29,5 dagen duurden. Men hield aan het einde van het jaar tijd over om gelijk met het zonnejaar van 365 dagen te komen: ruim elf dagen en 12 nachten. Die dagen kregen oorspronkelijk geen datum. Zoals Frans Lutters in het boekje ‘De 12 heilige nachten, het droomlied van Olav Åsteson’ schrijft, waren die dagen niet zozeer tijd, als wel ruimte.

In deze bijzondere periode is het onderscheid tussen dag en nacht klein. De dagen zijn lang donker of schemerig, de natuur heeft zich in een (winter)slaap gedompeld. Dit gegeven kun je doorvoeren door jouw dag- en nachtbewustzijn dichter bij elkaar te brengen.

Lees verder “De 12 heilige nachten”

Advertenties

Onthouden van dromen

Dromen doe je elke nacht, minstens drie keer. Maar we onthouden onze dromen vaak niet, veelal doordat we de overgang van de nacht naar de dag abrupt maken. De wekker gaat, de maalstroom van wat er allemaal te doen staat, gaat op volle toeren draaien. In het sluimergebied tussen slapen en waken zijn de dromen te vangen. Het sleutelwoord daarbij is aandacht.

Wanneer je overdag aandacht besteedt aan dromen, er over leest en praat, er mee bezig bent en voordat je gaat slapen jezelf de opdracht geeft om te gaan dromen, dan komen de dromen meer naar je toe. Dat wat je aandacht geeft groeit.

De tips:

Lees verder “Onthouden van dromen”